Over het kerkgebouw

Een kerk met een rijke en bewogen geschiedenis

Wij geloven dat muziek en architectuur samen een unieke beleving creëren. De Oude Jeroenskerk met haar eeuwenoude muren en uitzonderlijke akoestiek vormt het ideale decor voor concerten die je raken.

Onze stichting zet zich in voor het toegankelijk maken van klassieke en hedendaagse muziek voor een breed publiek. Van intieme kamermuziekavonden tot feestelijke kooroptredens — er is voor ieder wat wils.

De naamgever

Sint Jeroen — martelaar en eerste pastoor

De kerk is genoemd naar de martelaar Jeroen. Hij zou de eerste pastoor van Noordwijk genoemd kunnen worden. Door de Noormannen werd hij in het jaar 856 onthoofd. Zijn hoofd zou volgens de overlevering nog ergens in de kerk begraven liggen, maar niemand weet waar.

In het koor is in 1983 een schedel opgegraven, maar onderzoek heeft uitgewezen dat dit de schedel van een jonge man is geweest en dus zeker niet van Jeroen. Noordwijk was, vóór de reformatietijd, een bedevaartsoord vanwege de verering van Jeroen.

Kort na 1311 vond men in de kerk een schedel. Men was ervan overtuigd dat dit de schedel van Jeroen was. Pelgrims begonnen vanaf dat moment toe te stromen. In 1429 kreeg Noordwijk van de bisschop van Utrecht de status van bedevaartsoord.

Oude gravure van de Oude Jeroenskerk

Bouwgeschiedenis

Van houten kapel tot gotische kruiskerk

Tussen de dood van Jeroen (in 856) en de schenking van de kerk van Noordwijk aan de abdij van Egmond (vóór 988) is op de plaats van de huidige Oude Jeroenskerk een houten kerk gebouwd. Vermoedelijk bouwde men aan het begin van de 12e eeuw als opvolger een nieuwe, tufstenen kerk (eenbeukig) met waarschijnlijk een rechthoekig koor.

Aan het begin van de 13e eeuw werd een vrijstaande (romano-gotische) toren toegevoegd (2 geledingen, hoogte 13 m). Na 1303 voegde men nog 3 geledingen toe (21 meter). Toen kreeg de toren de huidige hoogte (inclusief spits 40 meter). In de bovenste geleding bevinden zich spitse driepasnissen.

In de 13e (of begin 14e) eeuw werd het schip met bakstenen bekleed en door verlenging verbonden met de toren. Na de grote brand van 1450 (maar ook reeds daarvoor: in 1415 en 1444 werd geld geleend voor verbouwingen) vonden er werkzaamheden aan de kerk plaats. Dankzij inkomsten uit de bedevaart kon een grote kruiskerk worden gebouwd. De zijbeuken werden aan weerskanten van de toren doorgetrokken.

Doordat tijdens de Spaanse bezetting het kerkbestuur d.m.v. brandschatting de verwoesting van de kerk afkocht werd de kerk gespaard. In 1573 ging de kerk over van de katholieke naar de reformatorische leer. De kerk is grondig gerestaureerd in de jaren 1970–1975.

Het interieur

Een rondgang door de kerk

Interieur van de Oude Jeroenskerk. Foto (2003): Jaco van Leeuwen.

De kerk is genoemd naar de martelaar Jeroen. Hij zou de eerste pastoor van Noordwijk genoemd kunnen worden. Door de Noormannen werd hij in het jaar 856 onthoofd. Zijn hoofd zou volgens de overlevering nog ergens in de kerk begraven liggen, maar niemand weet waar.

In het koor is in 1983 een schedel opgegraven, maar onderzoek heeft uitgewezen dat dit de schedel van een jonge man is geweest en dus zeker niet van Jeroen. Noordwijk was, vóór de reformatietijd, een bedevaartsoord vanwege de verering van Jeroen.

Kort na 1311 vond men in de kerk een schedel. Men was ervan overtuigd dat dit de schedel van Jeroen was. Pelgrims begonnen vanaf dat moment toe te stromen. In 1429 kreeg Noordwijk van de bisschop van Utrecht de status van bedevaartsoord.

Het Douza-monument uit 1792. Foto (2005): Jaco van Leeuwen.

Tekstbord uit 1650 met de Tien Geboden. Foto (1993): Jaco van Leeuwen.

Detail van de koorbanken uit 1636. Foto (2005): Jaco van Leeuwen.

Binnen de halve cirkel van de koorbanken uit 1636 ziet u een roze tegel, waarop een Grieks kruis staat afgebeeld. Dit is een stukje van het vroegere hoofdaltaar. Hieronder is de grafcel, waarin men meende de schedel van Jeroen te vinden.

In het noorder-dwarsschip staat de familiebank uit 1751 van de familie Van Limburg Stirum, bewerkt met snijwerk in Lodewijk XV-stijl, vervaardigd door Francis Maas uit Den Haag.

Voor de banken liggen twee zeer goed bewaard gebleven gotische grafzerken. Afgebeeld zijn Ambachtsheer Jan van der Bouchorst (met leeuw) en Vrouwe Elisabeth (met windhond), uit ca. 1479.

Van Limburg Stirum-familiebank uit 1751. Foto (1993): Jaco van Leeuwen.

Grafsteen van Jan van der Bouchorst en Vrouwe Elisabeth, ca. 1479.

De 15e-eeuwse doopvont. Foto (1988): Jaco van Leeuwen.

De avondmaalstafel en de kansel stammen uit de zeventiende eeuw. De oude borden op de kansel geven nog elke zondag de beginpsalm en het slotgezang aan.

De doopvont, naast de kansel, stamt waarschijnlijk uit de tweede helft van de vijftiende eeuw. Hij is vervaardigd van Naamse hardsteen en heeft een achtzijdige kuip, met aan de rand vier koppen. De hoogte van de vont bedraagt 128 cm en daarmee is deze de hoogste in zijn soort van Nederland.

Aan de noordmuur, tegenover de kansel, hangt een groot tekstbord uit 1638. Bovenaan ziet u het wapen van prins Frederik Hendrik.

Het instrument

Het Knipscheer-orgel

Het orgel is in neo-empirestijl gebouwd door Hermanus Knipscheer II in 1840. Het was een geschenk van Ds. G. Kuyper en zijn vrouw A.C. Pennewart. Onder de trap naar het orgel ziet u een gedenksteen.

Het orgel is in 2000 grondig gerestaureerd door de firma Flentrop uit Zaandam en sindsdien wordt het instrument veelvuldig gebruikt in de diensten en bij concerten — lunchconcerten op alle dinsdagen in mei en zomerconcerten op donderdagavonden in juli en augustus.

Historische foto (jaren ’40). De vleugelstukken met sierlijsten zijn na de restauratie van 1950 niet meer aangebracht.

De toren

40 meter hoog, 110 treden

De toren stond vóór de 15e eeuw vrij. De bouwstijl wijst op de overgang van romaans naar gotisch. De toren werd in 1798 bij notariële akte eigendom van de burgerlijke gemeente, op last van de Franse bezetter, die kerktorens gebruikte voor communicatiedoeleinden. De muren zijn 2 meter dik.

In de toren bevinden zich twee luidklokken. De grote luidklok weegt 820 kg en is in 1677 gegoten door de beroemde klokkengieter Hemony. In 2012 zijn vier nieuwe klokken in gebruik genomen, gegoten door Eijsbouts. Het uit 1912 stammende uurwerk is in 2011/2012 gerestaureerd.

In de toren bevinden zich ook twee strafcellen, die nog tot 1860 dienst hebben gedaan.

Een mysterie

De knik in de as van de kerk

Als u tussen de draagzuilen van het orgel gaat staan en met uw ogen de nokbalk van de kerk volgt in de richting van het koor, dan ziet u een merkwaardig verschijnsel: de as van de kerk buigt iets af naar het zuidoosten! Er zijn vier mogelijke verklaringen:

  1. De bouwers hebben een meetfout gemaakt
  2. Het is een verwijzing naar de martelaar Jeroen: zijn hoofd viel opzij
  3. Het is een verwijzing naar het lijden van Jezus Christus: het koor vormt de top van het kruis
  4. Het koor is zo gebouwd dat op de tweede gedenkdag van St. Jeroen, op 17 oktober, de stralen van de ondergaande zon precies op het hoofdaltaar vielen
Aanstaand concert

Lunchconcert test2

25 januari 15:00 Jeroenskerk
Reserveer nu